27 mei 2019

Zit ik onder gezonde prediking?

Biologisch? Scharrel? Velen van ons leren de langetermijneffecten van wat we eten in ogenschouw te nemen. Welke gevolgen hebben de hormonen waarmee kippen en koeien worden volgepompt in de loop van de tijd voor mij en mijn gezin? Hoe veilig is het om een ‘genetisch gemodificeerd organisme’ te consumeren?

Dergelijke vragen kunnen natuurlijk overdreven worden, maar voor velen zijn dit toch wel aspecten waar we met nuchterheid over nadenken. Vooral wanneer we niet alleen ons eigen voedsel bepalen, maar ook het voedsel voor anderen, zoals onze kinderen. En als zorg dragen voor ons lichaam van enige waarde is (1 Timotheüs 4: 8), moeten we dan minder voorzichtig zijn met ons geestelijke dieet?

Week na week zitten christenen in de kerkdienst onder de prediking van Gods Woord. Hoe weten we of het voedsel dat we ontvangen geestelijk gezond is? Wat zijn de langetermijneffecten op de gezondheid van onze ziel? Als ik me blijf voeden met deze leer, zal mijn geest er dan beter van worden, of zal ik op een dag hierop terugkijken en zou ik willen dat ik betere keuzes had gemaakt?

Bepalende factor

Preciezer gezegd, hoe kunnen we weten of het gehele pakket aan christelijk onderwijs waar we ons regelmatig mee voeden gezond is – niet alleen wekelijkse preken, maar dagelijkse overdenkingen, christelijke boeken en uitzendingen, berichtjes op sociale media en zelfs echte geestelijke gesprekken? Het is goed om de Schriften in het algemeen, van kaft tot kaft, beter te leren kennen. Daar streven we ons hele leven lang naar. Maar hoe kunnen we daarnaast beoordelen of de plaatsen waar we ons voeden werkelijk voedzaam zijn?

Anders gezegd, zou er een belangrijke indicator of bepalende factor kunnen zijn om te onderscheiden of het christelijke onderwijs of de leer gezond is of niet? Bestaat er een lakmoesproef, een organiserend principe, een hart, kern of toetssteen van wat het onderwijs deugdelijk of ondeugdelijk maakt? Gezond of ongezond? Paulus geeft geen uitgebreid plan, maar hij geeft ons wel iets tastbaars om op te leunen in 1 Timotheüs 1: 10-11.

Scheidslijn

De uitdrukking ‘gezonde leer’ (letterlijk ‘gezond onderwijs’) aan het einde van vers 10 is een van de belangrijkste begrippen in 1 Timotheüs. Je ziet dit begrip ook terugkomen in 2 Timotheüs en Titus (‘de pastorale brieven’). Paulus schildert een schril contrast tussen goed en slecht onderwijs. Tussen gezond en ongezond onderwijs. Tussen het soort onderwijs dat een gezond geestelijk leven voortbrengt (‘godzaligheid’) en het soort dat dit niet doet. Een valse leer zal geestelijke ziekte voortbrengen (1 Timotheüs 1: 3, 6: 3-4). Gezonde leer zal op lange termijn geestelijke gezondheid voortbrengen (2 Timotheüs 4: 3-4, Titus 1: 9,  2: 1).

En wat vooral belangrijk is aan deze eerste vermelding van ‘gezonde leer’ in 1 Timotheüs 1: 10, is dat het, meer dan waar dan ook, voor ons beantwoordt wat de sleutel is tot ‘gezond onderwijs’ of ‘deugdelijke leer’.

Gezond onderwijs

‘Gezonde leer’, zegt Paulus, ‘is in overeenstemming met het Evangelie.’ In eerste instantie lijkt dit misschien te simpel om waar te zijn. Het hart, kern, centrum en organiserende principe van de christelijke theologie is het evangelie – in de woorden van vers 15, ‘dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken.’ Dat is het goede nieuws. Dat is het hart en de ziel van de christelijke boodschap in al zijn uitingen. Ware leer verklaart, ondersteunt en vult het christelijk evangelie aan, en valse leer vervaagt, dempt en verdoezelt het.

God zond Zijn Zoon naar de wereld, als het hoogtepunt van alle tijden en van de hele geschiedenis, om zondaars te redden door Zijn dood en opstanding, en om de troon te bestijgen als de Koning van alle koningen en de Heere van alle heren. Dit is het Evangelie, of het goede nieuws, van het christelijk geloof: Jezus redt zondaars. Dit is de climax en het hart en de kern van waarom God de wereld heeft gemaakt. En alles wat christenen geloven en belijden heeft op de een of andere manier hiermee te maken. Niet alleen de waarheden die we als enthousiasmerend en troostend beschouwen, zoals Gods liefde en genade, maar ook de donkere, moeilijke en verontrustende waarheden zoals zonde, goddelijke toorn en eeuwige straf in de hel.

‘Gezonde leer’, zegt Paulus, ‘is in overeenstemming met het Evangelie.’ De christelijke leer, in al haar details, komt voort uit een bepaalde boodschap. Goede, gezonde leer (die zorgt voor een gezond christelijk leven) heeft het Evangelie van Jezus Christus als middelpunt. Het verklaart, handhaaft, geeft uitdrukking aan en wordt volledig gevormd door Jezus’ persoon en werk als haar verbindende thema. Als er geen voedingswaarde-etiket op de zijkant staat, pas dan de lakmoesproef van het Evangelie toe.

Niet genoeg om te eindigen met het Evangelie

Maar het is niet voldoende om hier met ‘het Evangelie’ te eindigen. Paulus zegt dat gezond onderwijs ‘in overeenstemming is met het Evangelie’ – maar hij stopt niet bij ‘het Evangelie’. Hij gaat door: ‘… het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God.’ Ik ben zo blij dat hij dat doet. Omdat deze woorden ons een geweldige kijk geven op wat het goede nieuws zo goed maakt.

Op het eerste gezicht lijkt deze zin (‘het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God’) misschien niet zo buitengewoon voor ons, maar voor de apostel Paulus zijn dit geen onbelangrijke woorden. Hier zien we, boven op elkaar gestapeld, drie van de belangrijkste woorden in de Schrift, drie van de belangrijkste werkelijkheden in het universum en drie woorden die christenen wellicht zo vaak horen en zeggen dat we de diepte van hun betekenis missen. Evangelie. Heerlijkheid. Zalig. ‘Het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God.’

Evangelie is, zoals we hebben gezien, het goede nieuws dat God Zelf, in de persoon van Zijn Zoon, een weg heeft gebaand om ons te redden, door geloof, van onze zonden en de eeuwige dood die we rechtvaardig verdienen. Het hart van ons geloof is Evangelie, geen wet. Goed nieuws, geen goed advies. Heerlijkheid is de schoonheid van Gods diverse perfecties of de zichtbare weergave van Gods oneindige waarde. ‘God heeft ons gemaakt voor Zijn heerlijkheid’ betekent dat Hij ons heeft ontworpen om Zijn grootheid in de wereld te laten zien (en op een speciale manier: ‘naar Zijn eigen beeld’ zoals Genesis 1:27 zegt). En wat doet God in de hele geschiedenis in deze zichtbare, tastbare wereld? Hij toont ons Zijn heerlijkheid – de hoogte daarvan, zegt Efeze 1: 6, is ‘de heerlijkheid van Zijn genade.’ Jezus en Zijn redding, het Evangelie genoemd, is waar Gods heerlijkheid het helderst en stralendst schijnt.

Het geluk zelf

Het woord zalig (of: gezegend) is misschien de lastigste. Wat betekent het dat God ‘de zalige God’ is?

Zalig betekent hier niet simpelweg dat Hij het waard is om te worden aanbeden, dat we Hem in onze lofprijs ‘zalig moeten spreken’ of moeten ‘zegenen’. Dat is wel waar, maar als een bijvoeglijk naamwoord voor God gaat het dieper. Hij is onze aanbidding waardig, maar dat Hij ‘de zalige God’ is betekent in wezen dat hij ‘de gelukkige God’ is, en dat bedoelen we niet plat. Hij is oneindig, onaantastbaar, onbetwistbaar gelukkig. ‘Onze God is immers in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt’ (Psalm 115:3). Hij heeft en is oneindige gelukzaligheid.

Aan het begin van zijn recente Kistemaker-lezingen bij RTS-Orlando over ‘de zaligheid van God’ begint Fred Sanders met deze opvallende uitdrukking in 1 Timotheüs 1: 11 en zegt hij dit over Gods zaligheid:

Het goede nieuws gaat over het bijzondere karakter van deze God, diegene wiens aard het is om in heerlijkheid te stralen en in zaligheid te rusten. God is niet alleen de God van de zaligheid, de soevereine Redder van de verloren mensheid. God is niet alleen de Koning in Zijn pracht die uitbarst in onvoorstelbare heerlijkheid. Daarboven of daar voorbij of daarachter, in een verborgen heiligdom van de diepten van de goddelijkheid, is God iets dat zelfs nog verbazingwekkender onovertrefbaar is. God is zalig.

En deze zaligheid, dit goddelijke geluk, in al zijn glorie, is de grond onder de mogelijkheid dat Zijn schepselen echt, diep, blijvend gelukkig zijn in Hem, voor eeuwig. God is niet de kosmische pretbederver die velen van ons hebben gevreesd. Hij is niet gefrustreerd en verdrietig. Hij is niet chagrijnig en zuur. Nee, Hij is zalig. Hij heeft oneindig geluk en is oneindig gelukkig en deelt oneindig geluk uit.

Als Vader gelukkig is

Deze oneindig gelukkige God, in zijn onbevattelijke volheid, heeft Zich geopenbaard in schepping en verlossing met Zijn oneindige waarde, genaamd Zijn heerlijkheid. En de hoogte van Zijn heerlijkheid is de betoning van Zijn volheid in het offer van Zijn Zoon voor het eeuwige geluk van Zijn volk, het Evangelie genoemd. En wat een goed nieuws is dat voor geboren wetsovertreders zoals wij. Niet alleen dat God zondaars redt, maar dat Hij heerlijk is en glorieus gelukkig.

En als de Vader aanstekelijk gelukkig is, is het hele huis gelukkig en is het een veilige plek om eerlijk te zijn over je teleurstellingen en worstelingen. Als Zijn volk zijn we Gods huisgezin, ‘de kerk van de levende God’ (1 Timotheüs 3:15) – en wat een goed nieuws is het dat de Vader van dit gezin gelukkig is. Zo’n kerk is een goede plek om te genezen en te worden hersteld tot vreugde en vreugde te vinden die dieper is dan al je pijn.

Meer toerusting