7 april 2021

Een nieuwe kijk op gemeente-zijn: hoe kun je echt vruchtbaar zijn?

In 1994 noteert schrijver en theoloog David Wells in zijn boek God in the Wasteland dat theologiestudenten ‘ontevreden zijn over de staat waarin de kerk zich momenteel bevindt. Ze vinden dat de kerk geen visie meer heeft en ze ontvangen niet zo veel aan de kerk als ze zouden willen.’ Maar ontevredenheid is niet genoeg, dat geeft Wells zelf ook al aan. Er is meer nodig. We moeten weer gaan ontdekken hoe een gemeente eruit zou moeten zien en werken aan herstel. Wat is de kerk in essentie? Welke kenmerken moet een gemeente hebben?

Gedachten over gezond kerk-zijn tijdens de Reformatie

Christenen spreken al eeuwen over ‘kenmerken van de ware kerk’, maar de kerk werd eigenlijk pas tijdens de Reformatie onderwerp van wijdverbreide theologische debatten. Voor de zestiende eeuw was de kerk een vanzelfsprekendheid en werd er niet over gediscussieerd. De kerk werd gezien als een genademiddel, een onbetwiste realiteit waar de rest van de theologie uit voortvloeide.

Door de radicale kritiek van Maarten Luther en anderen in de zestiende eeuw, was een discussie over het wezen van de kerk zelf onvermijdelijk. Zoals een iemand het eens zei:

Vanaf de Reformatie was de manier waarop de kerk georganiseerd was niet langer hét kenmerk van de ware kerk. Dat was de verkondiging van het evangelie (Edmund Clowney, The Church, 1995, 101).

In 1530 stelde Melanchton de Augsburgse confessie op, waarin onder meer te lezen is (artikel 7):

Deze kerk is de vergadering van de heiligen, waarin het evangelie zuiver geleerd en de sacramenten op de juiste wijze bediend worden. En voor de ware eenheid van de kerk is het genoeg om het eens te zijn over de leer van het evangelie en over de bediening van de sacramenten.

In 1553 kwam Thomas Cranmer met de zogenoemde 42 artikelen, een Anglicaanse geloofsbelijdenis die later werd ingekort tot 39 artikelen. Hij scheef:

De zichtbare kerk van Christus is een vergadering van gelovige mensen, waarin het zuivere Woord van God verkondigd wordt en de sacramenten naar behoren bediend worden.

Calvijn schrijft in zijn Institutie:

Waar het Woord van God zuiver verkondigd en gehoord wordt en de sacramenten bediend worden overeenkomstig de instelling van Christus, daar is zonder twijfel sprake van een kerk van God.

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat in artikel 29 te lezen:

De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kek de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent al het enige Hoofd.

Schepping en onderhouding van de kerk

In deze twee kenmerken – het verkondigen van het evangelie en het onderhouden van de sacramenten – vinden we zowel de schepping als de onderhouding van de kerk terug: de bron waarvanuit Gods waarheid opborrelt en de heerlijke vaten waar die waarheid ingeschonken en in tentoongespreid wordt. Er ontstaat een gemeente als het Woord op de juiste manier verkondigd wordt; die gemeente wordt in stand gehouden en zichtbaar doordat de doop en het avondmaal op de juiste manier bediend worden (aangenomen dat de tucht wordt beoefend).

Geen enkele kerk is volmaakt. Maar God zij dank zijn veel onvolmaakte gemeenten wel gezond. Desondanks vrees ik dat nog veel meer gemeenten ongezond zijn, zelfs gemeenten waar de goddelijke natuur van Christus en het gezag van de Schrift voluit beleden wordt. Vandaar dat wij negen kenmerken (9Marks) op een rij hebben gezet, aan de hand waarvan de schriftuurlijke prediking en een bijbelse manier van leidinggeven binnen de gemeente in ere hersteld kunnen worden. Dat is hard nodig in een tijd dat in veel te veel kerken weinig meer overblijft dan een verstandelijk naamchristendom, met allerlei vormen van pragmatisme en kleingeestigheid tot gevolg. Het doel van veel te veel kerken is niet langer dat God verheerlijkt zal worden, maar dat ze groeien. Dat doel heiligt alle middelen, waarbij ze er ook nog eens van uitgaan dat God dan uiteindelijk toch wel verheerlijkt zal worden, als zij hun doel maar halen.

We zien onze samenleving in sneltreinvaart veranderen. Steeds meer mensen keren het christendom de rug toe. Evangelisatie wordt gezien als intolerant of zelfs als haatdragendheid aangemerkt. De cultuur waaraan we ons moesten aanpassen om aansluiting te vinden bij de wereld is vervlochten geraakt met vijandschap tegen het evangelie. Wil je je nog aanpassen aan de huidige cultuur, dan zet je het evangelie zelf op het spel.

In deze tijd moeten we weer leren om naar de Bijbel te luisteren. We moeten ons idee van vooruitgang in het Koninkrijk van God herijken: het gaat er niet noodzakelijk om dat we onmiddellijk vrucht zien, maar dat we trouw blijven aan Gods Woord.

Een nieuw uitgangspunt

We hebben een nieuw uitgangspunt nodig voor de kerk. Alhoewel, in feite bestaat het al eeuwen. We hebben gemeenten nodig waarin vruchtbaarheid niet wordt afgemeten aan meetbare resultaten, maar aan volharding en trouw aan de Bijbel. Dit nieuwe, oude uitgangspunt legt de vinger bij twee fundamentele elementen die in een gemeente aanwezig moeten zijn: de verkondiging van het evangelie en het leiden geven aan discipelen.

De eerste vijf ‘kenmerken van een gezonde gemeente’ (een bijbelse visie op prediking, bijbelse theologie, het evangelie, bekering en evangelisatie) hebben allemaal te maken met het verlangen om het Woord van God op de juiste manier te verkondigen. De laatste vier kenmerken (lidmaatschap, tucht, discipelschap en leiderschap) hebben te maken met de vraag hoe je de grenzen en markeringen van een christelijke identiteit de juiste plaats geeft – dat is: hoe je leiding geeft aan discipelen.

Het doel van dit alles is dat God verheerlijkt wordt als we Hem bekend maken. Door de hele geschiedenis heen heeft God Zichzelf willen openbaren (zie bijvoorbeeld Exodus 7:5, Deuteronomium 4:34-35, Psalm 22:21-22, Jesaja 49:22-33, Ezechiël 20:34-38 en Johannes 17:26). Hij heeft de wereld geschapen en alles wat Hij heeft gedaan, heeft Hij gedaan met het oog op Zijn eigen eer. En terecht. Mark Ross heeft het eens zo gezegd:

We vormen een van Gods belangrijkste bewijsstukken. (…) Er is Paulus alles aan gelegen [in Efeze 4:1-16] dat de gemeente de heerlijkheid van God uitstraalt. Daarmee verdedigt de kerk Gods karakter tegenover alle lastering van demonische machten, die beweren dat God het niet waard is om voor te leven. (…) God heeft de eer van Zijn naam toevertrouwd aan Zijn gemeente.

Iedereen die deze woorden leest –kerkleider of niet – is geschapen naar het beeld van God. We horen levende afbeeldingen te zijn van het heilige en rechtvaardige karakter van God, zodat de hele wereld kan zien hoe Hij is, vooral als het gaat om de vereniging met God in Christus. Dit is waar God ons toe roept en waarom Hij ons daar toe roept. Hij roept ons om in Zijn gemeenschap te komen én om ons bij een gemeente te voegen. Dat doet Hij niet met het oog op onze eer, maar om Zichzelf te verheerlijken.

Mark Dever is predikant in de Capitol Hill Baptist Church in Washington DC en directeur van 9Marks. Hij is op Twitter te volgen via @MarkDever.

 

Meer toerusting