‘Ik wil graag een teken.’ Het klinkt zo eerlijk. Wie verlangt er niet naar een duidelijk bewijs, een wonder, ‘gewoon eens iets aparts mee te maken’? Een handschrift in de lucht. Een stem. Iets dat alle twijfel wegneemt. Maar de vraag is: waarom wil je dat teken? Vanuit ongeloof – of vanuit vertrouwen?
In deze lezing laat ds. A.Th. (Anne) van Olst op een jongerenavond van Geloofstoerusting in Barendrecht zien hoe verschillend die vraag kan klinken. Gideon vraagt om een teken, maar zelfs een nat schapenvachtje neemt zijn twijfel niet weg. Zacharias vraagt: ‘Hoe zal ik dat weten?’ – en moet zwijgen. Gesloten twijfel, noemt Van Olst dat: ‘meer geloof hechten aan je eigen vraagtekens dan aan Gods uitroeptekens.’
Maar er is ook een andere toon. Maria vraagt: ‘Hoe zal dat mogelijk zijn?’ Geen verzet, maar overgave. En haar antwoord wordt een gebed: ‘Zie, de dienares van de Heere. Laat met mij geschieden overeenkomstig Uw woord.’ Dat is open aarzeling, ruimte voor God.
Vervolgens wijst Van Olst op het grootste teken door God gegeven. Niet spectaculair. Geen vuur uit de hemel. ‘Dit zal voor u het teken zijn: u zult het kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.’ Zó gewoon. Zó kwetsbaar. Maar daarin ligt Gods hart.
Wil je een teken? ‘Ga en vind.’ Ga naar Jezus. Hij laat Zich vinden. Dat is genoeg.
