Lengte: 3:16 / Bekeken: 825 x

Ik wil geen lafaard zijn!

Ik herinner me nog goed het moment dat ik christen was geworden en mijn eerste gebed bad. Ik zei tegen God: ‘Wat U ook doet, laat mij niet mijn vrienden verliezen.’ Want voor mij betekende dat alles wat belangrijk voor me was. Je weet wel: je imago, populariteit en wat al niet meer. Maar toen ik de Bijbel ging lezen, realiseerde ik me: ‘Oké, … het volgen van Jezus gaat eenzaam zijn.’ En toen ik met mijn vrienden sprak – weet je de Bijbel is er ook duidelijk over – het zegt dat er een ‘smalle weg’ is die naar het leven leidt en weinig vinden het. Maar dat er ook een brede en makkelijke weg is die naar het verderf leidt en velen bewandelen die weg. Dus als ik één van de ‘weinigen’ wil zijn die het leven vinden, dan gaat dat moeilijk zijn en er zullen er weinig zijn die deze weg bewandelen.

‘Oké, … het volgen van Jezus gaat eenzaam zijn.’

In de Schrift zijn er diverse gedeelten die spreken over mensen die in verschillende perioden er alleen voor stonden. Zoals Jeremia. Hij stond er alleen voor tegenover een hele stad. God zei: ‘Niemand zal je boodschap geloven, je zult er alleen voor staan.’ En hij deed het! En ik realiseer me: ‘Dat staat ons te wachten.’ En als christenen hebben we een ‘eeuwigheidsperspectief’. We moeten ons echt beseffen hoe kort dit leven is. En dat is eenvoudig voor mij – met mijn achtergrond. Mijn moeder stierf toen ik werd geboren. Mijn vader hertrouwde en mijn stiefmoeder stierf door een auto-ongeluk toen ik 9 was. Mijn vader trouwde opnieuw, maar stierf aan kanker toen ik 12 jaar oud was. Dus op het moment dat ik op voortgezet onderwijs terecht kwam wist ik: ‘Dit leven is echt heel kort!’

Ik moet me richten op het leven wat hierna komt. Het is lastig om dat perspectief vast te houden vanwege de druk die je ervaart van mensen om je heen. Maar één van de dingen die me helpt om het vol te houden is mezelf te realiseren dat er geen lafaards in de hemel komen. In Openbaring 21 wordt gesproken over het einde … ‘Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn. Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.’

Ik wil één van die overwinnaars zijn. Zelfs als dat betekent dat ik er alleen voor sta.

Het is zo duidelijk, … ik weiger om een lafaard te zijn. Ik wil niet genoemd worden in die lijst als degenen die niet voor God durven te leven. Eerder staat er dat er een dag komt waarop God onder de mensen is, zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Dat is wat ik wil! Ik wil één van die overwinnaars zijn. Zelfs als dat betekent dat ik er alleen voor sta. Want ik wil voor eeuwig met Hem zijn!

Meer toerusting