Hoe groot is jouw verwachting van wat Christus in Nederland gaat doen? In het tweede deel van de Studie Sessies ‘Confronterend christendom’ gaat Chris Verhagen terug naar de basis van de grote opdracht: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde’ (Mattheüs 28:18). Wie dat werkelijk gelooft, gaat de strijd met de wereldbeelden van deze tijd niet uit de weg.
Wat Daniël zag
Verhagen laat zien dat Jezus met deze woorden teruggrijpt op Daniël 7, waar Iemand als een mensenzoon bij de Oude van dagen komt en heerschappij, eer en koningschap ontvangt. Hij volgt het leven van Daniël. Als jongen van ongeveer zeventien ziet hij in de droom van Nebukadnezar een steen die alle wereldrijken verbrijzelt. Ruim vijftig jaar later krijgt die steen een gezicht in de Zoon des mensen. En rond zijn tachtigste ontvangt hij in Daniël 9 een tijdschema van zeventig jaarweken. Verhagen zegt eerlijk dat er verschillende manieren zijn om die weken te tellen. Zelf kiest hij voor het decreet van Artaxerxes in 457 voor Christus, waardoor de laatste jaarweek begint bij de doop van Jezus. Maar: ‘waar je ook begint te tellen, het komt hoe dan ook ergens uit in de eerste eeuw na Christus.’
Geen duimbreed
Christus is ‘de rechtmatige eigenaar van hemel en aarde. En de volken leven op zijn grond.’ Verhagen haalt Abraham Kuyper aan, die bij de opening van de Vrije Universiteit in 1880 zei dat er geen duimbreed van het menselijk leven is waarvan Christus niet roept: ‘Mijn!’ Dat verandert ook de manier waarop we het evangelie brengen. ‘Ik ben mensen niet aan het overtuigen om te zeggen: ach, gun Jezus een kans.’ De boodschap is dat iemand al van Christus is, maar in opstand leeft tegen zijn rechtmatige Eigenaar.
Daaruit volgt een botsing van wereldbeelden. De vroege kerk botste met het Grieks-Romeinse veelgodendom, de keizercultus, de gnostiek en het filosofisch rationalisme. Nederland kent vandaag zijn eigen bolwerken (2 Korinthe 10): naturalisme, postmodern pluralisme, oosterse spiritualiteit en de groeiende islam. ‘Als wij niet iets prediken wat polariserend is, dan prediken wij waarschijnlijk niet het evangelie van Jezus Christus.’ Tegelijk zegt hij dat christenen ‘de meest vredelievende mensen van allen’ horen te zijn. Het is een strijd van ideeën, niet van geweld.
Een andere geest
Tien van de twaalf verspieders zagen zichzelf als sprinkhanen tegenover de Enakieten. Jozua en Kaleb hadden ‘een andere geest’. Zij hadden de reuzen heus gezien, ‘maar ze hadden niet zichzelf vergeleken met die reuzen. Jozua en Kaleb vergeleken de reuzen met hun God.’ Hetzelfde zie je bij David tegenover Goliath. Nog voordat hij één steen heeft geslingerd, zegt hij dat de HEERE Goliath in zijn hand zal geven (1 Samuël 17:45-47). Verhagen vraagt: ‘Waar zijn in de kerk in Nederland de reuzendoders gebleven?’
Geroepen om te overwinnen
Tot slot keert Verhagen het defensieve denken om. Bij de poorten van de hel (Mattheüs 16:18) zijn het niet de poorten die aanvallen. ‘Poorten bewegen niet.’ Het is de gemeente die het offensief neemt. In elke brief aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 klinkt de belofte aan ‘wie overwint’. De gelijkenissen van het mosterdzaad en het zuurdeeg laten zien hoe het Koninkrijk groeit – van een bovenzaal tot, zo zegt hij, ongeveer een derde van de wereld. Christenen zijn misschien niet de indrukwekkendste ploeg, ‘maar het gaat niet om de losers in ons team. Het gaat erom dat God heeft gezegd: ik zorg ervoor dat dat team gaat winnen.’ Hij sluit af met Jesaja 11:9: de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt. ‘Geloven we daar nog in als kerk?’
