29 juli 2026

Christus is voor jou!

Maarten Luther zag ernaar uit dat het evangelie weer zuiver verkondigd zou worden. Daarom legt hij in zijn eerste prekenbundel uit hoe predikanten het evangelie zó kunnen verkondigen dat het zekerheid en rust geeft. Als luisteraar mag je weten dat Christus je in het evangelie al Zijn goederen en weldaden belooft en schenkt. Laat je door Hem weldoen!

Christus als jouw plaatsvervanger
De kern van het evangelie is dat je allereerst Christus aanneemt en Hem erkent als een geschenk van God. Dit geschenk dat God je geeft, is jouw eigendom. Weet je wat dat betekent? Als je naar Hem kijkt of als je hoort dat Hij iets doet of lijdt, dan hoef je er niet meer aan te twijfelen of Christus van jou is, met al wat Hij doet of lijdt. Je kunt net zo vast vertrouwen op wat Hij doet en geleden heeft, alsof je dat zelf hebt gedaan, alsof jijzelf die Christus bent.

Dan ken je het evangelie op de juiste manier. Het is de overvloedige goedertierenheid van God. Geen profeet, geen apostel en ook geen engel heeft dit ooit ten volle onder woorden kunnen brengen. Geen hart heeft het ooit ten volle kunnen begrijpen of met genoeg verwondering overdenken. Het evangelie is dat grote vuur van Gods liefde voor ons. Daarvan worden ons hart en geweten vrolijk. Dat geeft ons zekerheid en rust. Zo verkondig je het christelijk geloof! Daarom noemen we die prediking ‘evangelie’. Als we dat woord in het Nederlands vertalen, betekent het een vrolijke en goede boodschap. Een boodschap vol troost. Omdat het om een boodschap gaat, noemen we de apostelen de twaalf boden of boodschappers.

Als Jesaja daarover spreekt, zegt hij: ‘Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven’ (Jesaja 9:5). Als Hij ons gegeven is, dan moet Hij wel van ons zijn. Dan moeten wij Hem ook als de onze aannemen. In Romeinen 8 lezen we: ‘Hoe zal Hij (…) ons ook met Hem niet alle dingen schenken?’ (Romeinen 8:32). Dus, als jij Christus zo aanneemt als een geschenk dat jou in eigendom is gegeven en niet daaraan twijfelt, dan ben je een christen. Het geloof verlost je dan van zonde, dood en hel. Het zorgt er dan voor dat je alle dingen overwint. O, daar kunnen we toch nooit genoeg over spreken? Mijn klacht is dat deze prediking in de wereld verzwegen wordt en dat men toch altijd het evangelie roemt.

Christus als voorbeeld
Eerst moet Christus op deze manier de absolute grond van je zaligheid zijn geworden. Pas dan volgt het tweede, namelijk dat je Hem ook aanneemt als jouw voorbeeld. Je ziet dat Hij zich voor jou heeft overgegeven, dan wil jij je op dezelfde manier overgeven om je naaste te dienen. Op die manier zijn geloof en liefde dan beide werkzaam: Gods gebod is vervuld, de mens is vrolijk en onbevreesd om alles te doen en te lijden.

Let daar dus goed op. Christus als geschenk voedt jouw geloof en maakt je tot een christen. Maar Christus als voorbeeld oefent je in werken. Die werken maken je niet tot christen, maar je doet ze pas nadat je eerst tot christen bent gemaakt. We moeten dus een duidelijk onderscheid maken tussen Christus als geschenk en als voorbeeld. Op dezelfde manier moeten we geloof en werken van elkaar onderscheiden. Het geloof heeft niets van zichzelf, maar is enkel Christus’ werk en leven. De werken hebben wel iets van jezelf. Ze moeten echter niet op jezelf gericht zijn, maar op je naaste.

Daarmee is duidelijk dat het evangelie niet een wetboek vol geboden is dat werken van ons eist. Nee, het is een boek vol goddelijke beloften. Al Zijn goederen en weldaden belooft Hij ons daarin, Hij biedt ze ons aan en schenkt ze ons in Christus. (…)

Wet en evangelie
Zo zien we ook dat Hij ons niet op een verschrikkelijke manier gebiedt en ons opjaagt, zoals Mozes dat doet in zijn boek. Zo werkt een gebod nu eenmaal. Nee, Hij onderwijst ons liefelijk en vriendelijk. Hij vertelt ons slechts wat we moeten doen en laten, wat mensen die het verkeerde en die het goede doen, zal overkomen. Hij jaagt niemand op. Hij dwingt niemand. Hij onderwijst ons zo zachtmoedig, dat Hij ons eigenlijk meer lokt dan gebiedt. Hij begint Zijn onderwijs met de woorden: ‘Zalig zijn de armen, (…). Zalig zijn de zachtmoedigen.’ Enzovoort. De apostelen spreken op dezelfde manier: ‘Ik vermaan, ik vraag, ik smeek’, enzovoort. Maar Mozes zegt: ‘Ik gebied, ik verbied.’ Hij maakt ons bang en bedreigt ons ook nog eens met vreselijke straffen en plagen.

Na dit onderwijs kun je het evangelie op zo’n manier lezen en horen dat het nuttig voor je is.

Het evangelie toepassen op jezelf
Als je dan de Bijbel opendoet en als je leest of hoort dat Hij hierheen of daarheen gaat, of hoe iemand bij Hem wordt gebracht, dan moet je daarin de prediking van het evangelie horen. In het evangelie komt Hij naar jou toe of word jij bij Hem gebracht. Want het evangelie verkondigen is niets anders dan Christus bij ons welkom heten en ons tot Hem laten brengen.

Als je nu ziet hoe Hij werkt, hoe Hij iedereen helpt bij wie Hij komt of die bij Hem wordt gebracht, dan moet je dus weten dat juist dat het geloof in jou werkt. Door het evangelie biedt Hij precies dezelfde hulp en goedertierenheid aan jouw ziel aan. Sta daar dan stil en laat je weldoen. Anders gezegd, als jij gelooft dat Hij je weldoet en helpt, dan heb je het ook, vast en zeker. Dan is Christus van jou, dan is Hij jou als een gave geschonken.

Vervolgens is het nodig dat je daar een voorbeeld aan neemt, dat jij je naaste ook op zo’n manier helpt en goeddoet. Dan ben jij voor hem ook weer een geschenk en een voorbeeld. Daarom zegt Jesaja: ‘Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden’ (Jesaja 40:1-2). Die twee zaken zijn de twee dingen in Christus: gave en voorbeeld. (…)

O, als dit zuivere evangelie onder christenen nu eens bekend zou zijn! Dan was het eigenlijk niet nodig geweest dat ik erover zou schrijven en dan zou er ook zeker hoop zijn dat de heilige Schrift in zijn waardigheid weer voor de dag zou komen. Dit moet genoeg zijn als onderwijs van wat we in het evangelie moeten zoeken en wat we ervan verwachten mogen. Amen.

Bron: Maarten Luther, Volkome kerk-postil I (Leiden 1744), lxxvi-lxxviii – hertaling Kees de Wildt

 

Meer toerusting