11 juni 2026

Wat is er nodig voordat je tot Christus mag vluchten?

Hugo Binning (1627-1653), een van ‘de Schotse geloofshelden’, verkondigt een helder en eenvoudig evangelie. Als je ziet dat je een zondaar bent en Christus nodig hebt, ga dan! Zoek geen enkele grond in jezelf waarom je zou mogen gaan, maar ga rechtstreeks naar Christus.

Ik spreek over de grond voor het geloof in Christus tot zaligheid. Ik ken geen andere grond dan die voor alle zondaars hetzelfde is en die in het evangelie aan iedereen wordt voorgehouden, namelijk onze zonde, ellende en volstrekte nood aan de ene kant en aan de andere kant Christus’ uitnodiging aan allen om te komen en Zijn volle en volmaakte zaligheid aan te nemen.

Volgens mij behoor je niets in jezelf te zoeken op grond waarvan je tot Christus zou kunnen komen. Natuurlijk is het waar dat niemand tot de Zaligmaker kan komen voordat hij van zijn zonde en ellende overtuigd is. Toch moet niemand op zoek gaan naar overtuigingen als grond om tot Christus te komen om de zaligheid te verkrijgen. Als je ernst maakt met de vraag: ‘Hoe kan ik zalig worden?’ moet je mijns inziens geen tijd verspillen door in jezelf op zoek te gaan, of je in zelf iets kunt vinden wat iets goeds belooft. Nee, zodra je je zonde en ellende hebt gezien, moet je direct tot de genade en barmhartigheid van Christus gaan, zonder eerst nog jezelf te onderzoeken of je in jezelf een grond vindt om te mogen komen. Het oog van je ziel moet niets anders zien dan zonde en ellende en de absolute noodzaak, en daarnaast de overvloedige genade en gerechtigheid die in Christus te vinden is. Zó werpt de ziel zich op Christus en ontvangt Hem, die ons om niet wordt aangeboden, zonder geld en zonder prijs (Jesaja 55:1).

Ik weet dat het onmogelijk is dat je Christus aanneemt voordat er enig voorbereidend en overtuigend werk van de wet heeft plaatsgevonden om je aan je zonde en ellende te ontdekken. Maar dit staat voor mij vast: als je op wat voor vorm van voorbereiding dan ook vertrouwt, om daar moed uit te putten of om die als reden aan te voeren om in Christus te geloven, staat dat gelijk met Hem te betalen voor het water en de wijn die Hij je om niet aanbiedt. Dan haal je Christus en de wet door elkaar wat onze aanneming door God betreft. Als iemand er werk van maakt om naar zulke voorbereidingen op zoek te gaan en besluit de belofte van het evangelie voorlopig tussen haakjes te zetten, totdat hij zo’n voorbereiding [op de genade] in zichzelf heeft gevonden en daarop vertrouwt, die is met niets anders bezig dan met het oprichten van zijn eigen gerechtigheid, zonder de gerechtigheid van Christus te kennen.

Er zijn mensen die zo’n voorbereiding als strikte eis hanteren, die je ook nog eens in een bepaalde mate moet kennen. Door dit als voorwaarde stellen, perken ze de bevelen en beloften van het evangelie in. Zo verderven ze de eenvoud van het evangelie. Denk bijvoorbeeld aan die bekende woorden ‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn’ (Mattheüs 11:28). Wie niet aan die kwalificatie voldoet, sluiten ze dus buiten en zeggen dat je dan geen grond hebt om te geloven.

O, wat is dit toch een grote misvatting van deze en andere woorden uit de Schrift! De woorden ‘die vermoeid en belast zijn’ staan er niet speciaal bij om iemand die wil komen erbuiten te sluiten. We lezen immers ook: ‘Laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets’ (Openbaring 22:17). Nee, die woorden staan er juist bij om vermoeide en verbroken zielen aan te moedigen. Anders mochten ze misschien denken dat zij de enige mensen zijn die buitengesloten worden. Ze staan er ook bij om enigermate uit te leggen wat het karakter van het ware geloof is, namelijk dat je het in jezelf niet meer kunt vinden, aleer je tot Christus kunt komen.

Ten slotte, het is een belachelijke en dwaze gedachte als veel christenen tegenwerpingen inbrengen tegen het geloof. Ze zeggen: ‘Als ik maar zus of zo zou zijn, als ik nu God lief zou hebben, als ik nu eens de vruchten van de Geest zou hebben, als ik nu eens naar de Geest zou wandelen … Ja, dan zou ik geloven.’

Wat gaat dit toch rechtstreeks in tegen de bepalingen van het evangelie. Ik zeg: als je tevreden bent over zo’n voorbereiding en op grond daarvan tot Jezus komt, dan kom je niet rechtstreeks naar Hem, maar bevestig je slechts je eigen gerechtigheid. Denk je nu echt dat een vroom mens, hoe heilig hij ook is, zich op zo’n opvatting van genade baseert als hij tot Christus komt om gerechtvaardigd te worden? Beslist niet. Hij komt veeleer als een goddeloze en hij moet verloochenen ook al wat hij heeft in zichzelf. Daar komt nog bij dat het onredelijk en ongepast is al op zoek te gaan naar vruchten voordat de boom is geplant, nog voordat je er de vruchten van ziet. Als de ziel iets anders dan zonde in zichzelf probeert te vinden, voordat hij zich naar Jezus Christus begeeft, gaat dat ook rechtstreeks in tegen de vrije en troostrijke leer van het evangelie.

Ik zeg dus dat er enig bewustzijn van zonde moet zijn, want anders heb je de zonde nog niet werkelijk gezien. Je hoeft echter geen moeite te doen zo diep op dat voelen van de zonde in te gaan dat je het een grond zou maken om in Christus te mogen geloven. Nee, je moet rechtstreeks naar Christus gaan en niet omkijken als je gaat. Ja, je moet jezelf wel onderzoeken, maar niet om in jezelf eerst te ontdekken dat je een op gevoelige wijze verootmoedigde zondaar bent, zodat je dát dan als grond hebt om te geloven. Nee, het gaat erom dat je in jezelf ontdekt dat je een verloren zondaar bent, die zal omkomen zonder de alle genade en goedheid van Christus. Het gaat erom dat je ontdekt dat je Jezus Christus absoluut nodig hebt.

Op deze manier kunnen we volgens mij een eind maken aan alle geruzie over voorbereidingen of voorwaarden die vooraf zouden moeten gaan aan het geloof.

Uit: Hugo Binning, Des zondaars heyligdom (Utrecht 1695), 62-66 – hertaling: Kees de Wildt.

Meer toerusting