In veel christelijke gezinnen klinkt de waarschuwing: ‘als je je geloof wilt kwijt raken, dan moet je theologie gaan studeren.’ Laurens Pruis neemt die angst serieus, maar weigert te zeggen dat het onvermijdelijk is. Hij spreekt over een ‘levensgevaarlijke huurmoordenaar’ die in sommige opleidingen is binnengelaten: moderne theologie die het geloof niet alleen kan verwonden, maar ook kan verlammen.
Hij beschrijft twee gevaren. Eerst de modern-historisch-kritische aanpak, waarin de Bijbel vooral ‘een menselijk historisch document’ wordt en wonderen ‘methodologisch onaanvaardbaar’ zijn. Dat brengt volgens hem een reeks aannames met zich mee die de tekst al bij voorbaat in stukken knipt, zoals het idee van ‘unilineaire evolutionaire ontwikkeling’ en latere redacteurs die teksten zouden ‘updaten’. Daarna volgt het postmoderne alternatief dat hij heden ten dage overal herkent: ‘het gaat minder om lezen en meer om gelezen worden.’ Maar als de letter niet meer bindt, worden ‘wij zelf het kader’ en schuift de uitkomst opvallend vaak mee met de cultuur.
Hoe dan wel? Zijn antwoord is eenvoudig en ferm: ‘lees de Bijbel als een gelovige’ en ‘lees bijbels theologisch’, als ‘geloof dat zoekt naar begrip.’ God ‘spreekt in de regels van de tekst,’ en Jezus koppelt Gods stem aan de bedoeling van de menselijke auteur. Dat laat hij concreet zien via de Immanuel-belofte. Het lijkt misschien alsof Mattheüs de tekst van Jesaja op een verkeerde manier gebruikt. Maar Mattheüs ‘heeft precies hetzelfde interpretatieperspectief’ als Jesaja, in een patroon dat via Mozes en David naar Christus wijst: de ultieme ‘God met ons.’
