30 juli 2018

Drie bezwaren tegen de uitverkiezing

De leer van de uitverkiezing – dat zij die vrij tot God komen degene zijn die God vrij heeft gekozen – is makkelijk te begrijpen en duidelijk uitgelegd in Gods Woord, maar het is niet gemakkelijk te accepteren. Het heeft redenerende gelovigen al eeuwenlang problemen gegeven, en dat doet het vandaag de dag nog.

Hier zijn drie van de meest voorkomende vragen die de uitverkiezing oproepen:

1. Als je gelooft in de uitverkiezing, blijf je dan niet met het probleem zitten dat God er niet voor gekozen heeft om iedereen te redden?

Ja, dat klopt. Maar hetzelfde geldt voor de christenen die niet in de uitverkiezing geloven. De uitverkiezing veroorzaakt het probleem niet, het zorgt er alleen voor dat we er over na gaan denken. Het ontkennen van de uitverkiezing helpt ons niet om het probleem te ontwijken. Alle christenen hebben te maken met dit probleem, en daarom kunnen we niet als bezwaar tegen de uitverkiezing naar dit probleem verwijzen. Iemand die niet in de uitverkiezing gelooft, heeft dit dilemma:

a) God wil dat iedereen gered wordt
b) God zou iedereen kunnen redden
c) God doet het niet

De vraag blijft nog steeds: Waarom niet? Dat is het ultieme mysterie, maar het verwerpen van de uitverkiezing zorgt niet voor een antwoord op deze vraag.

Het verwerpen van de uitverkiezing zorgt niet voor een antwoord op de vraag.

Iemand zegt misschien: “Maar ik geloof dat alhoewel God niet wil dat iemand van ons verloren gaat, er toch mensen verloren gaan omdat ze verkeerd kiezen, en God zal geen inbreuk doen op hun vrije wil. Maar waarom zou de vrije wil onaantastbaar zijn? Ik probeer bijvoorbeeld de vrije keuze van mijn kind te respecteren, maar dat doe ik niet als ik zie dat hij op het punt staat om daardoor gedood te worden! Waarom zou God geen inbreuk kunnen doen op onze vrije wil voor een moment om ons allen te redden voor de eeuwigheid?

Afgezien van het feit of je gelooft dat we gered zijn door onze eigen keuze of door Gods keuze, zal je nog steeds dezelfde vraag moeten beantwoorden: Waarom zou God ons niet allemaal redden als Hij de kracht en de wil heeft om dat te doen? Het is opnieuw een moeilijke vraag, maar het kan niet worden gebruikt als argument tegen de leer van de uitverkiezing.

God zou iedereen kunnen redden, maar Hij doet het niet.

We kunnen nog verder gaan. Stel je voor dat verkiezing niet waar is. Stel dat God in de eeuwigheid een verlossingsplan heeft opgesteld gebaseerd op dit systeem: Ieder mens zal een gelijke mogelijkheid hebben om Christus te accepteren of af te wijzen. Deze Christus zal sterven en opgewekt worden en aangeboden worden door de boodschap van het Evangelie. Het moment dat God dit verlossingsplan maakte heeft Hij onmiddellijk geweten welke personen op grond van dit systeem gered zouden worden en wie verdoemd zouden worden. Dus op het moment dat Hij dit plan opzette, zou Hij in feite sommigen verkiezen en sommige voorbijgaan. We komen op het gelijke punt uit. God zou iedereen kunnen redden, maar Hij doet het niet.

Waarom doet Hij dit niet? We kunnen slechts twee dingen weten. Allereerst, het antwoord moet iets te doen hebben met Zijn volmaakte natuur. Hij is volmaakt liefdevol en volmaakt rechtvaardig, en geen van deze twee kan de voorkeur hebben of Hij zou God niet meer zijn. Op een of andere manier heeft het antwoord te maken met het consistent zijn aan Zichzelf. Ten tweede, we kunnen niet het hele plaatje zien. Waarom? Als we een genadiger systeem van verlossing zouden kunnen bedenken dan die God heeft, dan moeten wij het verkeerd zien, want God is genadiger dan we ons ooit zouden kunnen voorstellen. Als we uiteindelijk het hele plan en antwoord zullen zien dan zullen we geen fouten kunnen vinden.

2. Maar als alles vast en zeker is, waarom zouden we dan bidden, evangeliseren, of überhaupt iets doen?

Dit bezwaar is kortzichtig. Allereerst, als alles niet was gepland door een heilige en liefdevolle God dan zouden we zelfs bij het vooruitzicht van het opstaan in de morgen al ontzettend bang moeten zijn. Onze daden (die altijd met erg weinig verstand gedaan worden) zouden verschrikkelijke gevolgen kunnen hebben. Alles zou van ons afhangen! Als alles niet was gepland door een heilige en liefdevolle God, dan zou er een enorme druk zijn op christenen als we evangeliseren. We zouden weten dat een persoon door onze moeite met spreken zijn ‘kans’ op zaligheid kan verliezen. Het zou een verschrikkelijk vooruitzicht zijn.

Ten tweede: we evangeliseren en bidden vanwege het voorrecht dat God ons deel laat nemen in Zijn werk. Een vader kan bijvoorbeeld zelf in staat zijn om hout te hakken, maar het toch aan zijn kinderen vragen om hen te leren hoe ze hout moeten hakken en vuur stoken. Wat nu als de kinderen zouden zeggen: “We hebben geen motivatie om het hout te hakken. We weten dat als wij het niet hakken dat onze vader het toch wel doet, hij zal ons niet laten bevriezen!” Maar de vader zou antwoorden: “Natuurlijk zou ik het zelf kunnen doen, maar ik wil dat jullie deelnemen in het werk met mij.” De autoriteit en het voorrecht om met onze hemelse Vader te werken is zeker te weten genoeg motivatie. Hij wil met en voor ons werken.

Jij bent misschien onderdeel van de manier die God gekozen heeft om die persoon tot geloof te brengen.

Daarnaast is het niet de bedoeling dat we gaan twijfelen aan wat God doet. We mogen nooit gaan raden wie ‘verkoren’ is. Nooit! God roept ons allen op tot bekering en dat moeten we doen. De leer van de uitverkiezing zou ons juist veel meer hoop moeten geven over het werk met mensen. Waarom? Omdat nu niemand een hopeloos geval is! Van een menselijk gezichtspunt zien velen er totaal verhard en verloren uit. Maar aangezien de verlossing door de verkiezing van God is, zouden we met iedereen hoopvol moeten omgaan, aangezien God de doden tot leven brengt door ons heen.

Daarom is Gods absolute soevereiniteit een motivatie om te evangeliseren en niet een ontmoediging. In Handelingen 18 is Paulus in Korinthe en het Evangelie is daar door de Joden verworpen. Hoe bemoedigt God Paulus om niet bang te zijn, om te spreken en niet te zwijgen (vers 9)? Ik ben met u en niemand zal de hand aan u slaan om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad (vers 10). God verzekert Paulus van Zijn aanwezigheid, Zijn bescherming en Zijn uitverkiezing. Paulus reageert door te blijven: En hij verbleef daar een jaar en zes maanden en gaf in hun midden onderwijs in het Woord van God (vers 11). Het punt is: de volgende persoon waar je voor bid en/of het Evangelie mee deelt zou één van Gods verkorenen kunnen zijn, en jij bent misschien onderdeel van de manier die God gekozen heeft om die persoon tot geloof te brengen.

3. Ik geloof de Bijbel en ik zie al het onderwijs over verkiezing, maar waarom heb ik er dan toch nog afkeer van?

De leer van de uitverkiezing is slechts het Evangelie gezien vanuit een ander perspectief.

Mijn theorie is dat het bijbelse Evangelie zo bovennatuurlijk is dat het altijd eigenschappen verenigt die we met ons natuurlijk verstand en cultuur niet bij elkaar kunnen houden. Het leerstuk van de rechtvaardigmaking is bijvoorbeeld één manier om tegen het Evangelie aan te kijken. Het verenigt zowel de wet als de liefde in een manier die niemand van ons had kunnen bedenken. We zijn gered buiten de wet, zodat we nu de wet kunnen gehoorzamen. Alle andere filosofieën zijn of wetticisme of antinomianisme (de opvatting dat, wanneer men gelooft, de wet niet langer van toepassing is). Nu dan, de leer van de uitverkiezing is slechts het Evangelie gezien vanuit een ander perspectief. Het verenigt de soevereiniteit van God en de verantwoordelijkheid van de mens. Ook hier zien we dat menselijke culturen en filosofieën deze dingen niet kunnen verenigen.

Wie je ook bent, je komt uit een cultuur die je gevuld heeft met bepaalde vooronderstellingen die zo ongebalanceerd zijn dat je de leer van de uitverkiezing zal zien als iets veel eenvoudiger en extremer dan het echt is. Oosterse filosofieën en religies bijvoorbeeld zijn altijd al fatalistischer geweest. Ze geloven dat individuele keuzevrijheid slechts een illusie is. Als mensen met die achtergrond naar het Evangelie komen dan zullen ze het misschien zien als ‘één en al individualisme’. Aan de andere kant gelooft het Westerse secularisme sterk in het recht en de macht van individuen om hun eigen koers en bestemming te kiezen. Als mensen met die achtergrond naar het Evangelie komen dan zullen ze dat zien als “één en al fatalisme”.

Van welke ‘kant’ we ook komen en ongeacht onze cultuur en karakter, we moeten moeite doen om de zorgvuldig genuanceerde balansen te zien van het Evangelie van vrije verkiezing en rechtvaardigmaking. We moeten ons bewust zijn van de vooroordelen die we meebrengen naar het Evangelie. Ook moeten we bereid zijn om te leren om onze eigen ideeën in evenwicht te brengen.

 

Meer toerusting