Het begon zo goed. Met die woorden opent Chris Verhagen de eerste Studie Sessie over ‘Confronterend christendom’. Hij neemt de gelijkenis van de verloren zoon uit Lukas 15 als spiegel voor ons land. Want, zegt hij: ‘Nederland is de verloren zoon.’
Vrijheid die geen vrijheid is
De jongste zoon vraagt zijn erfdeel en vertrekt naar een ver land. Hij zoekt vrijheid, weg van het toezicht van zijn vader en de wet van Mozes. ‘Eindelijk die banden van die primitieve moraliteit afgeschud’, zo vat Verhagen zijn gedachtegang samen. Maar het is dezelfde leugen die de slang in de hof van Eden vertelde: je bent pas echt vrij als je zelf bepaalt wat goed en kwaad is. In beide verhalen loopt het uit op schaamte, leegte en armoede.
Denk aan een vis op het droge. Die kan vrij kiezen welke kant hij op spartelt, maar ondertussen stikt hij. ‘Echte vrijheid voor een vis is zwemmen in het water.’ Zo is echte vrijheid voor een mens ‘leven vanuit een afhankelijkheidsrelatie met God’, binnen de kaders die Hij voor ons bedoeld heeft.
Een land gebouwd op christelijke wortels
Daarna neemt hij ons mee naar 1581 en het Plakkaat van Verlatinghe, volgens hem de geboorteakte van Nederland. Wie het leest, ziet hoe vanzelfsprekend het bijbelse wereldbeeld toen was. De vorst is een ‘dienaar van God’ en dus niet het hoogste gezag. Iedere onderdaan is door God geschapen naar Zijn beeld (Genesis 1:26-27) en heeft daarom intrinsieke waarde. ‘Waarde heeft altijd een referentiepunt’, zegt Verhagen. Zonder God bepaalt de meerderheid wat iets waard is – en dan bestaat absolute waarde niet meer.
Ook de Tien Geboden (Exodus 20) veronderstellen rechten. ‘U zult niet doodslaan’ beschermt het leven, ‘U zult niet stelen’ het eigendom. Op die grond is Nederland eeuwenlang tot bloei gekomen.
Het vertrek uit het vaderhuis
De grote breuk kwam in de jaren zestig, met de seksuele revolutie. Binnen één decennium daalde het aandeel christenen volgens Verhagen van acht op de tien naar ongeveer één op de drie. ‘Jullie generatie, mijn generatie is getuige van de grootste afname van het christendom die ooit heeft plaatsgevonden in Nederland.’
Verhagen noemt de gevolgen: existentiële leegte bij jongeren, verwarring over wat het betekent om man of vrouw te zijn, een vaderschapscrisis en een overheid die de rol van surrogaatvader heeft overgenomen. En tegen christenen die zich buiten de politiek houden, zegt hij: ‘Politiek gaat altijd over ethiek.’
Kus de Zoon
Verhagen sluit af met Psalm 2. De volken willen de banden van de HEERE verscheuren, maar ‘Hij Die in de hemel troont, lacht’ (Psalm 2:4). God maakt zich geen zorgen. ‘Wij moeten ons denk ik meer zorgen maken om Nederland.’ Christus is Koning, ook over ons land.
De oproep aan de kerk is daarom die van Psalm 2:12: ‘Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt.’ Maar de vader in de gelijkenis ontving zijn zoon met open armen. ‘Het is niet te laat voor Nederland om opnieuw de toevlucht te nemen bij Jezus Christus.’ Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen.
