8 juni 2026

Kom tot Christus!

Hugo Binning (1627-1653), een van ‘de Schotse geloofshelden’, verkondigt een helder en eenvoudig evangelie. Indringend nodigt hij zondaars uit om niet langer uitvluchten aan te voeren die tot oneer van Christus zijn, maar om rechtstreeks tot Christus te komen. Het gaat om het tweede deel van een preek over Romeinen 8:1: ‘Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn’.

Maar allen die het vonnis van de verdoemenis op zich nemen en de rechtvaardigheid van de vloek van de Heere over hen onderschrijven, die nodig ik in de naam van de Heere uit om tot Jezus Christus te komen: ‘Er [is] nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn’. Als je blijft aarzelen en almaar vragen stelt in een zaak die zo noodzakelijk is, dan doe je je eigen ziel tekort en je onteert Hem. Weet dit: ‘God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende’ (2 Korinthe 5:19). Dáárom mag je, als veroordeelde zondaar, tot God in Christus komen. Vraag je naar nóg een grond? Mijns inziens hoor je zulke vragen niet te stellen, omdat je in zo’n grote nood verkeert. Als iemand buiten de stad van honger dreigt te sterven en te horen krijgt dat er in de stad brood in overvloed is, dan is het toch dwaas als hij dan nog iets anders zou willen dan te proberen die stad binnen te komen?

Dit moet genoeg zijn om al je tegenwerpingen op te lossen. Je verkeert in extreme nood en staat duidelijk te vergaan in jezelf, terwijl Hij de macht bezit om allen die tot Hem komen volkomen zalig te maken (Hebreeën 7:25). Wat heb je dan nog meer nodig? Laat deze twee dan bij elkaar komen: jouw volstrekte nood en Zijn genoegzame bekwaamheid om zalig te maken.

Blijf je nu nog steeds buiten de stad discussiëren, terwijl het zwaard van de bloedwreker al boven je hoof hangt? Als je blijft aandringen om nog meer redenen om te geloven, zal ik je alles opnoemen wat er in het Woord te vinden is als grond om te geloven:

• Vanbinnen verkeer je in grote ellende en nood. Dat erken je, je klaagt erover. In Christus is er barmhartigheid en voldoende genade.

• Hij kan volkomen zalig maken (Hebreeën 7:25). Dat kun je immers niet ontkennen?

• Ik voeg er nog een derde reden aan toe: Hij is ook gewillig om je te behouden en dat geldt ieder die maar gewillig is om door Hem behouden te worden. Ja, Hij is gewilliger dan dat jij bent.

Als je hieraan twijfelt, dan vraag ik je: let dan eens op de teneur en inhoud van heel het evangelie. Hoe vaak nodigt Hij je daarin uit? Hoe vaak probeert Hij je te overreden? Hoeveel beloften lees je niet voor hen die tot Hem komen? Hoeveel dwingende en onvoorwaardelijke bevelen vind je daarin niet om in Hem te geloven? Ja, hoeveel dreigementen lees je niet in de Schrift voor als je niet tot Hem wilt komen om het leven te ontvangen?

Als Hij zich heeft gegeven voor de zonden van de wereld, zou Hij dan niet gewillig zijn om de zondaars te laten delen in wat Hij met zo veel pijn heeft verworven? Denk je nu echt dat Christus ermee tevreden is als Hij tevergeefs gestorven zou zijn? Ja, dat zou inderdaad tevergeefs zijn als Hij de ergste zondaars niet welkom zou heten. Het zou tevergeefs zijn als Hij hen niet tot zich trok en hen gewillig maakte.

Daar komt nog bij dat Hij het zo onvoorwaardelijk heeft beloofd, zo vrijwillig en volkomen heeft toegezegd, dat er geen uitzondering te bedenken valt: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen’ (Johannes 6:37). Waarom bedenk je dan uitzonderingen, als Christus geen enkel geval noemt, waarin Hij iemand zou uitsluiten? Waarom zondig je dan tegen wat je zelf ziet [zien?]? Dan zeg je: ‘O, als ik in Christus was, dan zou het goed met mij zijn. O, als Hij zo’n zondaar nou toch eens welkom zou heten!’ Het uitdrukkelijke antwoord van Christus luidt: ‘Laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets’ (Openbaring 22:17). Als jij zo spreekt, zeg je dat je gewillig bent en met deze belofte spreekt Hij uit dat Hij gewillig is. Ja, jouw blik op Hem van verre, is een vrucht van Zijn gewilligheid: ‘Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren’ (Johannes 15:16); Ik heb jou eerst liefgehad (1 Johannes 4:19).

Als je dit niet wilt geloven, let dan op Zijn gebod: ‘En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon’ (1 Johannes 3:23). Wat zou nou een reden zijn om iets te doen wat Hij je beveelt? Waarom blijf je er dan maar vragen bij stellen? Het is toch Zijn gebod? Is dit gebod niet des te absoluter doordat het een nieuw gebod is, Zijn laatste gebod? Hiermee drijft Hij ons met kracht naar Zijn Zoon, opdat wij in Hem het leven mogen hebben (Johannes 20:31). Wie zou dan zo brutaal zijn om Zijn gewilligheid nog langer in twijfel te trekken? Ik ken geen enkele andere grond om tot Christus te komen dan deze!

Als iemand op een andere grond tot Christus denkt te kunnen komen, dan is dat onterecht. Als de heiligste mens niet binnenkomt als een goddeloze zondaar, als hij denkt op een andere grond binnen te kunnen komen dan enkel vanwege zijn extreme nood en de genoegzaamheid van Christus, dan kan hij tot Jezus Christus niet komen.

Vaak hoor ik mensen een gedachte uiten, die heel breed verspreid is. Anders zou ik er niet eens over beginnen, want het is gewoon belachelijk. Dan zeggen ze: ‘Hoe kan ik tot Christus komen, terwijl ik zo onrein en zo schuldig ben? Er is niets dan verdoemenis in mij. Als ik zus of zo was, dan zou ik tot Hem komen.’ Helaas, je kunt je niets inbeelden wat ongerijmder of strijdiger is met ons verstand en gevoel. Als je zus of zo was, zoals je je inbeeldt dat je niet bent, dan zou je helemaal niet tot Christus komen. Je zou Hem niet eens nodig hebben. Wat jij aanvoert als reden om niet te komen, is nu juist de grootste reden waarom het evangelie erop aandringt dat je juist wel moet komen.

Wat is dit voor grote dwaasheid? ‘Ik ben zo onrein, daarom kom ik maar niet tot de Fontein om me te wassen.’ Waarom is die Fontein anders geopend als juist tegen de zonde en de onreinheid? Hoe onreiner je bent, hoe harder je de Fontein nodig hebt en hoe harder je die Fontein nodig hebt, hoe meer reden je hebt om erheen te gaan. Onze nood is een grote reden om te komen en deze reden is voldoende. ‘De wet zit mij achterna, ik draag de veroordeling al binnen in mij en niets dan veroordeling.’ Wel, kom dan tot Christus Jezus, de Vrijstad, waar geen verdoemenis is. Waartoe anders heeft God deze Vrijstad ingesteld, dan met deze bedoeling?

Ik vraag iedereen die plezier heeft in zulke discussies en tegenstribbelingen: weet wat je doet, dat je je eigen ziel tekortdoet, dat je Christus onteert en daarmee ook God de Vader. Het is zo dwaas en belachelijk dat mensen zich hiermee bedwelmen, dat het eigenlijk niet eens een antwoord verdient, maar eerder een bestraffing. Ik heb mensen gezien die plezier hadden in al die tegenwerpingen tegen de waarheid, ja, die hun hoofd erover braken om nog meer tegenwerpingen aan te voeren tegen het antwoord dat de waarheid hun geeft. Helaas, je stuurt jezelf op een weg die je nooit enige hoop zal geven, maar die je ziel bij de bevestiging weghoudt. ‘Indien u niet gelooft,’ maar tegenwerpingen blijft aanvoeren, ‘voorwaar, u zult geen stand houden’ (Jesaja 7:9).

Ik wil nog iets zeggen tegen hen die het wel geloven, tegen hen die hun toevlucht tot Christus hebben genomen. Meer dan alle mensen past het jullie dat je de verdoemenis leert kennen waarvan je bent verlost. Dan zul je dankbaar zijn en er goed op letten dat je in deze Vrijstad blijft. Volgens mij is er niemand in de wereld die dieper en ernstiger moet nadenken over de vloek en de toorn van God, waarvan hij door Christus is verlost. Waarom? Opdat je zult weten hoe groot de zaligheid is die je hebt ontvangen en hoe groot de verdoemenis is waaraan je bent ontsnapt, opdat je zult wandelen als hen die duur zijn gekocht.

Je schepping maakt dat je niet van jezelf bent, maar van Hem, omdat Hij je heeft gemaakt. Je verlossing zorgt er nogmaals voor dat je van Hem bent en niet langer van jezelf. (…) Je bent dus twee keer de Zijne: eerst heeft Hij je gemaakt met Zijn woord en nu heeft Hij je duur gekocht, tegen een hoge prijs, namelijk Zijn eigen bloed.

Nogmaals, als je deze vloek altijd voor ogen houdt en de toepassing daarvan maakt op je zonden, dan zal dit ervoor zorgen dat je Christus veel nodig hebt. Hoe vaak zul je dan niet naar deze Vrijstad vluchten! Ja, de grootste vijanden van Jezus Christus en van Zijn genade zouden wel willen dat je geen gebruik meer zou maken van de wet. Maar wie anders dan jij zou de wet kunnen gebruiken? Wie anders kan de wet toepassen op Christus, de vervulling van de wet, dan alleen de gelovige? Jazeker, dan is de wet niet alleen een leefregel van de gehoorzaamheid, maar zie je daarin ook je vervloeking. Niet om opnieuw voor de wet te gaan vrezen of er weer dienstbaar aan te worden, maar om je altijd te laten zien dat je Jezus Christus nog veel nodiger hebt en om ervoor te zorgen dat je bij Hem je intrek neemt en in Hem blijft.

Uit: Hugo Binning, Des zondaars heyligdom (Utrecht 1695), 44-52 – hertaling: Kees de Wildt.

Meer toerusting