5 april 2026

De troost van ons Paaslam

Hoe vier je Pasen? Door je de weldaden van het offer van Jezus Christus in geloof toe te eigenen, er troost uit te putten en ernaar te gaan leven. Dat zijn gedachten die een oude paaspreek over 2 Korinthe 5:7-8 ons aanreikt.

In de eerste plaats moeten we waakzaam zijn dat we blijven zien hoe waardevol het is dat we op deze dagen ons Paaslam herdenken. Zoals Mozes de slang in de woestijn heeft verhoogd, moest ook Christus voor ons verhoogd worden (Numeri 21:9; Johannes 3:14). We staan er dan bij stil dat Hij, hoewel Hij zelf onschuldig was, voor onze schulden moest betalen. Zo zijn wij volledig verlost en bevrijd van de zonden van onszelf en anderen, zoals Augustinus dat zegt.

Wat een troost mogen wij, arme mensen, eruit putten dat Christus, ons Paaslam, niet in het graf is gebleven, maar door Zijn eigen kracht en die van de Vader op de derde dag is opgestaan. Wat een troost ook dat Hij nu aan de rechterhand van de Vader zit. Daar zullen wij, bekleed met witte gewaden, Hem zien en toeroepen: ‘De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid’ (Openbaring 7:12).

Telkens als we in de Bijbel lezen dat ook wij, arme mensen, een Paaslam hebben dat voor ons is geofferd, mogen we de grote weldaden van de Heere wel grondig overdenken. Dan staan we erbij stil

  • dat Jezus Christus als een lam ter slachting is geleid (Jesaja 53:7; Jeremia 11:19);
  • dat Hij ons met Zijn heilig bloed heeft gewassen, gezuiverd en gereinigd (Hebreeën 12:24; 1 Petrus 1:19; 1 Johannes 1:7);
  • dat wij er daardoor van verzekerd zijn dat satan, dood en hel geen enkel recht meer op ons hebben (2 Petrus 2:9; 2 Timotheüs 1:12; Hebreeën 2:14; Hosea 13:14; 1 Korinthe 15:55; Jesaja 25:8), want wij zijn niet vrijgekocht met vergankelijk dingen als zilver of goud, maar met het kostbare bloed van Christus (1 Petrus 1:18-19).

Wij kunnen dit met ons verstand niet begrijpen en ook niet goed in woorden uitdrukken. Laten wij al deze weldaden van Christus dan maar met een dankbaar hart ontvangen. Laten we ze met een oprecht en waar geloof omhelzen en ze ons toe-eigenen. In ziekte kunnen we ons ermee versterken, in aanvechting ons ermee wapenen. Laten we zoveel mogelijk het oude zuurdeeg uit ons verwijderen en een nieuw deeg worden (1 Korinthe 5:7-8). Jezus Christus, ons Paaslam aan wie we niet hoeven te twijfelen, wil ons daarin getrouw helpen.

Hem komt toe alle lofprijzing en eer, met de Vader en de Heilige Geest, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Uit: Johannes Strackius, Kerckelycke basuyne (Amsterdam 1617), 131v – hertaling Kees de Wildt.

Meer toerusting